![]() www.Dierenwelzijn-Nederland.nl DierenPolitie ! 2007 week 12
Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
|
||
![]() . Franeker, 23 maart 2007De inspecteurs van de LID worden vaak geconfronteerd met ernstig dierenleed. Maar dieren die na verloop van tijd weer blaken van gezondheid door het ingrijpen van de inspecteurs, maken weer een hele hoop goed. Kunt u zich bijvoorbeeld voorstellen dat dit twee foto’s van dezelfde haan zijn? Toch is het echt waar. ‘Ik kreeg bijna een staande ovatie toen ik deze foto’s tijdens een presentatie aan het publiek liet zien. Dit is dus wat we bereiken met ons werk’, zegt inspecteur C. de Jong.
De LID trof dit ‘lelijke eendje’ eind vorig jaar in erbarmelijke toestand aan in een hok op een stukje land in Franeker (Fr.). De hokken stonden pal naast een weiland in de volle wind. De haan was in gezelschap van een soortgenoot in even slechte toestand. ‘De aanwezige dierenarts en ik wisten niet eens zeker of het nu wel hanen waren. Het konden net zo goed kippen zijn, zo verfomfaaid waren ze’, aldus De Jong. In vele andere hokken zaten ook nog eens 18 konijnen in een dikke laag natte drek van de ontlasting. De inspecteur trof tot overmaat van ramp ook nog een dood konijn aan. De eigenaar was overduidelijk niet in staat om op een verantwoorde manier voor de hanen en konijnen te zorgen. De LID maakte daarom proces-verbaal tegen hem op en nam de dieren in beslag.
‘Onze’ haan ging naar een zogenoemde ‘opslaghouder’. Dat is een geheime lokatie waar het Openbaar Ministerie (OM) de dieren gedurende de behandeling van de strafzaak onderbrengt. Door de uitstekende verzorging van de opslaghouder heeft de haan een ware metamorfose ondergaan, zoals u ziet! ‘Ik ben hartstikke trots op dit prachtige resultaat’, zegt de beheerder van de opvanglokatie. ‘Het is de kroon op het maandenlange werk dat we aan het dier gehad hebben.’ De haan was er ronduit slecht aan toe en de beheerder was zelfs bang dat hij het niet zou redden. ‘Hij was erg vermagerd, stonk naar de ontlasting en de viezigheid zat heel stevig vast in zijn verenpak.’ ‘Normaal gesproken is de vuiligheid makkelijk los te weken met wat warm water en schoonmaakmiddel. Dat was in dit geval simpelweg niet mogelijk. We hebben zelfs hele stukken moeten wegknippen. In totaal hebben we meer zorg gehad aan deze haan, dan aan het gemiddelde olieslachtoffertje.’ De haan knapte weer snel op na de behandeling van de opslaghouder. ‘Hij heeft de eerste nacht onder de warmtelamp gezeten om weer een beetje bij kennis te komen. Twee maanden later was het weer de trotse haan zoals hij nu op de foto staat.’
Vrijwel alle inbeslaggenomen dieren zijn weer opgeknapt, inclusief de tweede haan. Helaas kwam de hulp voor twee konijnen te laat. Die hebben hun tragische lot niet overleefd. Het OM heeft uiteindelijk besloten dat de overlevende dieren niet terug mogen naar de voormalige eigenaar en dat betekent dus dat de opslaghouder naar een nieuwe baas kan gaan zoeken. ‘Geïnteresseerden moeten wel aan bijzondere eisen voldoen, want je neemt niet zomaar een haan. Het moet sowieso iemand zijn die vrij woont, zodat omwonenden geen last hebben van zijn gekraai.’ De beheerder gaat zorgvuldig te werk bij het vinden van een nieuwe baas voor de dieren. ‘We hebben geen haast, ze zitten ons totaal niet in de weg.’ Deze hanen zijn twee van de pakweg tachtig vogels die op jaarbasis bij deze opslaghouder binnenkomen als slachtoffer van slechte verzorging of dumping. ‘Tijdens de ophokplicht wordt vooral veel pluimvee in de natuur gedumpt, dat dan bijvoorbeeld via de dierenambulance bij ons terecht komt. Ze zien er dan vaak verschrikkelijk uit omdat ze compleet aan hun lot zijn overgelaten. Ook als er een vogeltjesmarkt in de buurt is geweest, treft de dierenambulance regelmatig gedumpte dieren in de openbare ruimte aan die de handelaren kennelijk niet hebben kunnen verkopen.’
|
||
.
Dierenarts weigert hulp te geven
Een inspecteur heeft een rapport ten behoeve van het Veterinair Tuchtcollege opgemaakt tegen de dierenartsencombinatie Staphorst in verband met het weigeren van hulp aan een hulpbehoevend dier. De combinatie, in het bezit van een bevoegde dierenarts/verdover, wilde geen assistentie verlenen bij de inbeslagneming van een pony die in verband met ernstig achterstallig hoefonderhoud verdoofd moest worden. De pony bleek namelijk niet te vangen. De eigenaar was klant bij genoemde praktijk. Ondanks het feit dat de inspecteur had aangegeven dat het hier ging om directe hulpverlening en dat de combinatie geen belastende verklaring tegen de klant hoefde af te leggen, bleef men bij de weigering. Dit was voor de inspecteur voldoende om rapport op te maken.
.
|
||
![]() ![]() www.Dierenwelzijn-Nederland.nl
|